Zonder plan loop ik naar de tram. Waar ik heen ga, is voor mij nog een groot vraagteken. Bij de tramhalte kijk ik op het lijnenplan van de GVB. Waar gaat welke tram eigenlijk heen? Dan valt mijn oog op een treinstation en begint er iets in mij te dagen. Langzaam ontvouwt zich de loop van de dag.
In de tram kijk ik op mijn mobiel hoe ik het beste kan reizen naar de plek waar ik nu naartoe wil. Yes, ik kan gewoon drie kwartier in deze tram blijven zitten. Ik weet wel: er is vast een snellere weg om dit doel te bereiken. Maar het gaat niet om de snelheid, het gaat om de reis ernaartoe.
Een paar haltes voor het eindpunt stap ik uit en loop naar station Amsterdam Muiderpoort. Niet eerder ben ik op dit station geweest. Het is een dubbelstation: een station waar twee richtingen samenkomen, of – als je het anders bekijkt – waar het spoor zich juist splitst in twee richtingen. Voor elke richting is er een apart gedeelte; twee stations met één naam. Een echt “dubbelstation”.
Nadat ik voor mijn project Zicht op Spoor de foto’s heb gemaakt, besluit ik de trein te nemen naar een station verderop. Na enkele minuten stap ik uit op het perron van Amsterdam Amstel. Ook daar maak ik weer de foto’s die ik nodig heb voor het project.
En nu? Met de metro naar het Centraal Station van onze hoofdstad. Het is inmiddels ook weer tijd om naar huis te gaan, dus ik loop naar de tram.
Bij de tram staan twee mensen die in gebrekkig Engels aan de trambestuurder vragen of deze tram ook naar de Dam gaat. De bestuurder doet haar luikje open en geeft netjes, in Amsterdams Engels, een bevestigend antwoord. Ze vragen hoe ze moeten betalen, en opnieuw geeft de bestuurder vriendelijk uitleg dat het met de smartphone kan. Na wat gepruts op hun mobiel houden ze hun telefoon voor het apparaat en lopen verder. Ik kan eindelijk instappen.
Als ik mijn plekje heb gevonden, hoor ik de trambestuurder roepen: “Rustig, rustig!” naar een paar rennende mensen die de tram nog proberen te halen voordat deze vertrekt. Wanneer ze instappen zegt de bestuurder in plat Amsterdams: “Ik wacht wel, maar jullie waren eigenlijk te laat.” Ze sluit de deuren en we vertrekken.
Op het Leidseplein stap ik nog even uit om over te stappen. Langs mij loopt, op deze mooie droge dag, een man geheel gekleed in zwarte leren kleding: zwarte leren laarzen, zwarte handschoenen, een zwarte pet. Op zich niet zo bijzonder. Wat wél bijzonder is: op deze mooie droge dag houdt hij een zwarte paraplu uitgeklapt boven zijn hoofd. Helaas geen foto.
Ik reis verder naar huis en wens iedereen een hele fijne week.
Tot de volgende pronkenkronkel.
Ontdek meer van Pronkenkronkel
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
