De afgelopen nacht werden we lange tijd wakker gehouden door een luid gepiep: PIIIIIIIEEEEP, PIIII IIEEEEP. Steeds opnieuw, zonder ook maar een moment te stoppen.
Gelukkig hebben we uiteindelijk toch de slaap kunnen vatten. Vanmorgen vroegen we ons nog steeds af wat dat geluid geweest kon zijn, maar we konden de oorzaak niet achterhalen.
Wanneer we ’s middags voor ons kampeermiddel zitten te genieten van een overheerlijk kopje koffie na een uitgebreide siësta, komt onze caravanbuurman langs. Hij vraagt of we natuurliefhebbers zijn.
“Natuurlijk zijn wij natuurliefhebbers,” antwoorden we.
Daarop vertelt hij dat er jonge uilen in de bomen zitten, die nu goed zichtbaar zijn. “Aha,” zeggen we allebei in koor, “dat zijn dus de lawaaischoppers van vannacht!”
“Ja,” zegt de man. “De moeder is voortdurend op zoek naar voedsel en de jongen roepen met veel kabaal om haar aandacht.”
Hij neemt mij mee naar de betreffende boom en wijst de moeder uil aan. Ik kijk omhoog en zie hoe de uil mij recht aankijkt. Snel pak ik mijn camera en leg zijn indringende blik vast. Daarna lopen we naar de andere boom en zien daar één van de jonge uilen ingedoken zitten.
Wanneer ik de foto aan Lysbeth laat zien, zeg ik: “Als dit een jonge uil is, dan mag Bikkel ’s avonds niet meer buiten rondlopen. Voor je het weet wordt zij aangezien voor een konijn en belandt zij als heerlijk avondmaal in het nest van de uilen.”
Later komen wij erachter dat dit een Ransuil is.
Iedereen een hele fijne dag en tot de volgende Pronkenkronkel!


Ontdek meer van Pronkenkronkel
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.